de prijs van een (gast)arbeider
We waren 6 dagen naar Suriname en 10 dagen naar Curaçao. Geweldige vakantie. Zou ik vele dagen op mijn weblog over kunnen schrijven. Honderden foto’s gemaakt. Tientallen mensen gesproken. Dolfijnen in de monding van de Surinamerivier. Dolfijnen langs de zuidkust van Curaçao. Snorkelen en zwemmen in een oneindig groot tropisch aquarium met schildpadden en vliegende vissen. Tropisch regenwoud, watervallen en nog veel meer.
Maar ook de sporen van de slavernij.
De foto hierboven maakte ik bij landhuis De Knip op Curaçao.
Daar startte op 17 augustus 1795 een opstand van de slaven die al snel oversloeg naar alle plantages op het eiland.
Hardhandig en bloedig neergeslagen door de Hollanders.
Het zou nog tot 1 juli 1863 duren voordat de slavernij in Suriname en op de Antillen werd afgeschaft. Elk jaar groots gevierd in Rotterdam tijdens Keti Koti: verbreek de ketenen.
In een van de musea van Curaçao kun je zien hoe de slavenhandelaren in hun boekhouding precies bijhielden wat deze vroege migranten kostten en wat ze opbrachten. Met tekeningen erbij hoe je ze zo voordelig mogelijk kon stapelen in de schepen van de Westkust van Afrika naar Amerika.
Komen we 31 augustus 2009 terug en dan blijkt de discussie nog steeds te gaan over kosten en baten van (gast)arbeiders.












